Bloeddrukmeter waarbij de breedte van de manchet minimaal 40% van de omvang van de extremiteit bedraagt
Dopplerapparaat met vaatprobe (smalle kop, 8-10 MHz)
Ultrasound gel
Tissue voor het wegvegen van de gel na de metingen
Rekenmachine (op computer)
AFSPRAKEN: Algemene afspraken t.a.v. de techniek het meten van de EAI
Plan een afspraak van 30 minuten bij de POH. Zorg dat er een kamer met behandelbank beschikbaar is.
Geef uitleg aan de patiënt.
De patiënt mag gedurende 2 uur voorafgaand aan de meting niet roken.
Laat de patiënt in een comfortabele onderzoeksruimte (19-22 °C) in rugligging plaatsnemen op de onderzoeksbank met hoofd en enkels ondersteund.
De patiënt moet voldoende ontkleed zijn: schoenen en sokken uit, geen strak zittende mouwen of broekspijpen.
De patiënt moet stil liggen tijdens de meting.
Nadat de patiënt minimaal 5 minuten heeft gerust met de benen naast elkaar, wordt de EAI gemeten bij de liggende patiënt.
Gebruik de dopplermethode voor het bepalen van de armdruk én van de enkeldruk voor een eenduidige meetmethode, dit levert een betrouwbaarder onderzoek op.
Plaats de manchet zoals gebruikelijk om de bovenarm. De meting aan de armen vindt plaats aan de arteria brachialis (elleboog).
Aan het onderbeen moet de onderrand van de manchet 2 cm boven de bovenrand van de enkel worden geplaatst, met de slangen richting het hart.
Breng ultrasound gel aan boven de arterie.
Plaats de transducer in de gel in de richting van de arterie onder een hoek van 45 tot 60 graden ten opzichte van het huidoppervlak en zoek naar het beste arteriële signaal.
Zoek met de transducer het vat: je hoort duidelijk een pulserend ‘swoesj’-geluid.
Pomp de bloeddrukmanchet op tot 20 mmHg boven het niveau van de bloeddruk waarbij het signaal verdwijnt en laat de druk langzaam teruglopen tot het niveau waarop het signaal weer hoorbaar is.
Laat de manchet rustig leeglopen terwijl je de transducer goed gepositioneerd houdt.
Lees de systolische bloeddruk af zodra de pulsaties in het vat weer hoorbaar worden.
Meet de systolische bloeddruk in een vaste volgorde (met de klok mee):
1. Eerste arm 2. Eerste arteria tibialis posterior 3. Eerste arteria dorsalis pedis 4. Tweede arteria tibialis posterior 5. Tweede arteria dorsalis pedis 6. Tweede arm 7. Herhaal de meting aan de eerste arm
Bepaal het gemiddelde van de eerste en de tweede meting aan de eerste arm.
Indien de tweede meting aan de eerste arm meer dan 10 mmHg hoger is dan de eerste meting aan de eerste arm, vervalt de eerste meting en gebruik je de tweede meting.
Berekenen van Enkel-Arm Index
De hoogst gemeten systolische bloeddruk aan de rechterenkel of rechtervoet
De hoogste systolische waarde van de gemeten bloeddruk aan de beide armen
Afspraken over vastlegging gegevens:
Noteer de gegevens in Promedico in onderzoek: 2 Enkel Arm index
De enkel-arm index wordt altijd van beide enkels gerapporteerd
AFSPRAKEN t.a.v. vervolgmetingen: Indien bij de eerste meting de enkel-arm index een waarde heeft tussen 0,8 en 1,0 wordt aanbevolen de meting binnen één tot twee weken twee keer te herhalen en het gemiddelde van drie metingen te nemen.
EAI uitslagen <0,8 of bij een gemiddelde van 3 bepalingen <0,9 PAV is vrijwel zeker >1,1 of bij een gemiddelde van 3 bepalingen >1,0 PAV is vrijwel uitgesloten 0,9 < EAI < 1,0 PAV is mogelijk De EAI bij Diabetes Mellitus kan hoog zijn ondanks aanwezigheid van PAV ivm stuggere vaatwanden
Na de EAI wordt een afspraak bij de huisarts gepland om de uitslag en het vervolg te bespreken.
Te geven adviezen:
Stoppen met roken (belangrijkste maatregel om klachten te verminderen of verder tegen te gaan).
Alcohol gebruik beperken, vrouwen tot max. 1 consumptie en mannen 2 consumpties per dag.
Bewegen, met name lopen
Bij verminderde doorbloeding is voetzorg extra belangrijk
Gezonde voeding (www.voedingscentrum.nl)
www.thuisarts.nl indien patiënt gemotiveerd is meer achtergrond informatie lezen.
Vernauwing of afsluiting beenslagader
Etalagebenen
Bronnen: Bartelink MEL, Elsman BHP, Oostindjer A, Stoffers HEJH, Wiersma Tj, Geraets JJXR. NHG-Standaard Perifeer arterieel vaatlijden (tweede herziening). Huisarts Wet 2014;57(2):81. NHG. (2013). Meting van de enkel-armindex. Opgeroepen op mei 2014, van NHG: http://leren.nhg.org/file.php/211/Protocol_meten_van_de_enkel-armindex_2013_def.pdf
Protocol
Enkel Arm Index
terug naar medisch handelen - index
Datum laatste herziening
3 juni 2016
terug naar protocollen index
Eindverantwoordelijke
Petra
DOELEN:
BENODIGDHEDEN:
AFSPRAKEN: Algemene afspraken t.a.v. de techniek het meten van de EAI
1. Eerste arm
2. Eerste arteria tibialis posterior
3. Eerste arteria dorsalis pedis
4. Tweede arteria tibialis posterior
5. Tweede arteria dorsalis pedis
6. Tweede arm
7. Herhaal de meting aan de eerste arm
Berekenen van Enkel-Arm Index
Afspraken over vastlegging gegevens:
AFSPRAKEN t.a.v. vervolgmetingen:
Indien bij de eerste meting de enkel-arm index een waarde heeft tussen 0,8 en 1,0 wordt aanbevolen de meting binnen één tot twee weken twee keer te herhalen en het gemiddelde van drie metingen te nemen.
EAI uitslagen
<0,8 of bij een gemiddelde van 3 bepalingen <0,9 PAV is vrijwel zeker
>1,1 of bij een gemiddelde van 3 bepalingen >1,0 PAV is vrijwel uitgesloten
0,9 < EAI < 1,0 PAV is mogelijk
De EAI bij Diabetes Mellitus kan hoog zijn ondanks aanwezigheid van PAV ivm stuggere vaatwanden
Na de EAI wordt een afspraak bij de huisarts gepland om de uitslag en het vervolg te bespreken.
Te geven adviezen:
Bronnen:
Bartelink MEL, Elsman BHP, Oostindjer A, Stoffers HEJH, Wiersma Tj, Geraets JJXR. NHG-Standaard Perifeer arterieel vaatlijden (tweede herziening). Huisarts Wet 2014;57(2):81.
NHG. (2013). Meting van de enkel-armindex. Opgeroepen op mei 2014, van NHG: http://leren.nhg.org/file.php/211/Protocol_meten_van_de_enkel-armindex_2013_def.pdf